Stooktips

10 Tips om optimaal te stoken.

De meeste mensen vinden de warmte en sfeer van houtkachels heerlijk. Maar er zijn ook mensen die last hebben van de geur en de rook. Er zijn veel zaken die van invloed zijn op de samenstelling van de rook en daarmee op het probleem van stookoverlast. Dit zijn onder andere:

• de kachel
• het rookkanaal
• de brandstof
• het stookgedrag
• het weer

We hebben tien handige tips voor u op een rij gezet waarmee u deze zaken zo goed mogelijk kunt regelen, zodat u optimaal kunt stoken met geen of zo min mogelijk overlast.

De kachel
1. Zorg voor de juiste grootte van uw kachel in verhouding tot de ruimte die u wilt verwarmen. Veel kachels hebben een te grote capaciteit. Het wordt dan al snel te warm tijdens het stoken, waardoor u het vuur teveel tempert (smoort). Er komen dan veel schadelijke stoffen vrij omdat er sprake is van onvolledige verbranding. Op internet vindt u websites met een rekentool of een grafiek waarmee u de benodigde capaciteit kunt berekenen. In de praktijk is het beter om hiervoor een specialist in te schakelen, die uw situatie als geheel kan beoordelen en die u kan adviseren: www.desmidse.nl

Het rookkanaal
2. Laat uw schoorsteen en rookkanaal goed afstemmen op uw haard of kachel. Met een goed afgestemde en geïsoleerde schoorsteen en rookkanaal worden de rookgassen op de juiste manier afgevoerd. Dit is belangrijk voor uw eigen gezondheid en voor het voorkomen van schoorsteenbranden. Laat een installateur bepalen of uw schoorsteen en rookkanaal geschikt is. Een rookkanaal dat te laag is, of dicht in de buurt van omliggende panden is aangebracht, kan een oorzaak zijn van overlast omdat de houtrook zich niet goed kan verspreiden. Gemetselde kanalen zijn vaak niet (meer) geschikt voor houtkachels met een hoog rendement (>78%). Door het hogere rendement zijn de rookgassen te koud om het kanaal op de juiste tempreratuur te krijgen. Ook een regenkap of dichtgeslibte vonkenvanger / gaas op het rookkanaal kan de uitstroom van de rookgassen belemmeren een reden zijn voor een slechte verspreiding.
3. Regelmatig uw schoorsteen laten vegen voorkomt problemen. Laat daarom minstens één keer paar jaar uw schoorsteen vegen door een erkend vakman.

De brandstof
4. Stook droog, onbehandeld hout. Alleen gekloofd hout, dat minimaal twee jaar buiten onder een afdak te drogen heeft gelegen en niet te dik is (max. 7 cm), is geschikt voor uw open haard of houtkachel. U herkent droog hout aan scheuren en loszittende schors. Het stoken van nat hout zorgt voor onvolledige verbranding. Bovendien geeft nat hout veel minder warmte af (water wil niet branden!) en leidt het stoken van nat hout eerder tot roetaanslag, creosootvorming (teerachtige aanslag) en schoorsteenbranden. Stook geen hout dat geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Ook sloophout, multiplex en spaanplaat zijn niet geschikt. Hierbij kunnen (zeer) schadelijke stoffen, zoals chloorverbindingen, PAK’s en zware metalen vrijkomen.

Het stookgedrag
5. Maak het houtvuur aan met aanmaakblokjes en kleine houtjes. Vuur aanmaken met vloeibare stoffen moet u beslist niet doen! Wat u het beste kunt doen is een dik stuk hout op de as leggen met daar bovenop losse houtjes en aanmaakblokjes. Stapel het hout losjes, zodat de lucht er goed bij kan. Of volg de vulinstructies van de kachelleverancier of fabrikant.
6. Zorg voor voldoende frisse lucht in de ruimte waar gestookt wordt. Met name een open haard verbruikt veel lucht. Een houtkachel verbruikt veel minder lucht. Ventileer de woning voldoende door bijvoorbeeld een raam of deur op een kier te zetten tijdens het stoken.
7. Zorg ervoor dat de luchttoevoer goed is. Zet de uitlaatklep naar de schoorsteen (indien aanwezig) volledig open als u begint met stoken. Goede houtkachels zijn voorzien van regelbare kleppen, waarmee de luchttoevoer kan worden geregeld. Zet ook deze kleppen volledig open tijdens het opstoken van de kachel. Pas als het vuur echt goed heet is en het hout volledig brandt, kunt u minder zuurstof toevoeren. Deze omstandigheden zijn met een open haard niet te realiseren.
8. Controleer regelmatig of u goed stookt. U kunt eenvoudig zelf controleren of u goed stookt. Loop even naar buiten om de kleur van de rook uit uw schoorsteen te controleren. Kleurloze rook wijst op een goede verbranding. Gekleurde rook (wit, grijs, zwart, blauw) duidt er op dat de verbranding slecht is. De vlam in de houtkachel moet heldergeel zijn en niet flakkeren. Een oranje, onregelmatige vlam duidt op een niet volledige verbranding. Vergroot bij donkere rook of oranje vlammen de luchttoevoer.
9. Laat een houtvuur vanzelf uitbranden. Als u een houtvuur dooft door de luchttoevoer te sluiten, komen veel schadelijke stoffen vrij. Laat het vuur daarom vanzelf uitbranden. Dat kan het beste met een geheel geopende luchtschuif.

Het weer
10. Stook niet bij windstil of mistig weer. Door gebrek aan wind of bij mist blijven rookgassen om het huis hangen. Dit is schadelijk voor uw gezondheid en voor die van uw buren. Een windkracht van minder dan twee op de schaal van Beaufort wordt beschouwd als windstil weer.

Wij wensen u veel stookplezier!